vrijdag 21 februari 2014

Met de katholieke leer onverenigbare therapieën

Hieronder een vertaling van een opsomming van de therapieën door dr. Péter Gál, welke onverenigbaar zijn met de katholieke leer.






De verschillende “westerse” yoga-scholen
Verschillende meditatietechnieken
Transcendente meditatie
Brahma Kumaris Raja Yoga;
Tantra-yoga en tantra-meditatie;
Dianetics, van de Church of Scientology
Srí Chinmoy;
Silva mindcontrol;
Alpha - Theta - training
“Hersentrainer” techieken
Bewustzijntechnologie;
Bhagwan Rajneesh en de dinamische meditatie;
Darnel Training;
Däniken en de ufologie;
Eckankar;
Edgar Cayce;
„Ene Wereld Familie";
Weekend “workshops”  voor bewustzijn verbreding (expansion of consciousness) om lichamelijke en psychische genezing te bereiken
emotietherapie – (nieuwe emotionaliteit)
inzicht-overzicht-uitzicht therapie
Gestalt therapie
Regressietherapie: het opnieuw “beleven” van  de kinderjaren, geboorte, en de tijd vóór de geboorte
lichaamstherapie
bioenergetiek
biodynamiek
ademtherapie
Hatha Yoga;
Tai Chi;
danstherapie
biofeedback; 
psychochirurgie
psychotroniek
Phi water
psychomassage
rebalancing;
polarity;
Soma-therapie
Encounter;
sensitivity;
Erhard Seminar Training (EST);
quadrinity;
,,Rebirthing''
aura en iris onderzoek
spirituele genezing en extrasensen
reiki en mahikari;
spirituele kracht van A. Everett
Joseph Murphy en het onderbewustzijn
macrobiotiek
Feldenkreis-methode

zelfhypnose
medisch astrologie
enneagram,  zie ook:
   

http://www.skepsis.nl/enneagram.html

ruimte- en tijdreis
M.A.G.U.S. MAGUS fantasy rollenspelen en boekjes
positief denken met behulp van zelfsuggestie video’s, en subliminaal video’s
“Evolutiervaringen”
Okkultisme
1. PSI  krachten (parapsychologische krachten)
a) telepathie
b) Clair-voyance,
c) precognitie
d) Psychokinese: het doen bewegen van objecten of personen op afstand door wilskracht uit te oefenen
e) levitatie



2. Magie:
a) pendel en wichelroede gebruik


b) het aanwenden van telekinetische krachten om iemand vanaf een afstand te beïnvloeden, tovenarij

c) lichamelijke energieën en krachten (chakra;’s, kundalini)
d) anorganische energieën, aardstraling, krachtpunten, straling van stenen en kristallen, het gebruik van amuletten, talismans, (Pyramid power) piramide-mystiek
3. Waarzeggerij
a) astrologie
b) tarot lezen
c) handlezen
d) pendelen
e) I Ging,
f)  “Akasha kroniek”
g) aura lezen
4. Spiritisme (het in contact treden met geesten)
a) met behulp van een medium (Chanelling)


b) tafeldans door middel van stembandautomatisme
c) in contact treden met overleden familieleden, vrienden
d) contact met “spirituele meesters” welke ook “astrale meesters” worden genoemd
e) contact met aardgeesten (kobolden etc.)
f) contact met kwade geesten en demonen (” zwarte magie”, satanisme)
g) reïncarnatie ervaringen
,,astraal reizen” (Out-of-Body Experiences), ervaringen van “tijd-en-ruimte reizen”
h)  contact met UFO’s, archoastronautiek, geloof in Atlantis


Deelname aan voordrachten van bijv. Uri Geller of andere parafenomenen
oosterse vechttechnieken waarbij ook meditatietechnieken aan de pas komen
op vuur lopen
nieuwe sjamanisme: (Rolling Thunder, Castaneda);
nieuwe hekserij
getallenmistiek (Cheiro)
psychedelische drugs  (LSD, mescaline, ketamine  DMT, MDA, etc.);
meditatieve muziek, cd’s
,,Ananda Music'', Ezoterische muziek




Het artikel van Dr. Péter Gál













 

zondag 12 januari 2014

Wonder in Frankrijk op voorspraak van de zaligverklaarde martelaar Popiełuszko


In maart 2014 zal een onderzoekscommissie een onverklaarbare genezing in het diocees van Créteil, in Frankrijk, onderzoeken. Een pastoor die de ziekenzalving aan een zieke kwam toedienen, vroeg hier om de voorspraak van vader Popiełuszko voor de genezing van een zieke. Indien de commissie een positief antwoord formuleert, kan deze de weg vrijmaken voor de heiligverklaring van de in 2010 zalig verklaarde Poolse priester-martelaar.  Het La Croix bericht:

De pastoor werd in de middag op 14 september met spoed naar het Albert Chenevier ziekenhuis te Créteil geroepen om de ziekenzalving aan een stervende toe te dienen. Tegen de tijd dat de priester aangekomen was, was de zieke niet meer bij bewustzijn. De pastoor diende de ziekenzalving toe en hij bad om voorspraak van vader Jerzy Popiełuszko voor de zieke.

De echtgenote van de zieke man heeft nooit gehoord van deze grote Poolse verzetsheld, die door de communisten werd vermoord en die in 2010 zalig werd verklaard.  Maar vader Jean, die ook al in Polen geweest is en naar de parochie van Jerzy Popiełuszko.gepelgrimeerd is, draagt ook een foto van de martelaar bij zich, en sindsdien hij ontdekt heeft dat zij beiden op 14 september 1947 geboren waren, bidt hij elke dag tot hem.

Aangezien het op die dag ook 14 september was, plaatste hij een kaars, een crucifix van paus Johannes Paulus II en een foto van de martelaar op het nachtkastje van de zieke en vroeg de echtgenote en de religieuze in dienst van het ziekenhuis, om samen met hem voor de genezing van de zieke en voor de heiligverklaring van vader Popiełuszko te bidden. “Luister, Jerzy”, - zei vader Jean bij zichzelf – vandaag is het jouw verjaardag, en ook de mijne, dus als je iets kan doen is vandaag een goede gelegenheid.” – waarna hij het ziekenhuis verliet.

De stervende leed al 11 jaar lang aan atypische myeloïde leukemie, een zeldzame vorm van kanker, waarvan wereldwijd maar vier gevallen zijn gediagnosticeerd. De toestand van Marc werd steeds ernstiger, en in 2011 werd er een beenmergtransplantatie bij hem verricht, maar aangezien de ziekte in een ver gevorderd stadium was, hebben de artsen hem in augustus 2012 opgegeven. Vanaf begin september stond hij onder begeleiding van een psycholoog. Zijn vrouw heeft een priester laten komen en begon met de voorbereidingen voor de begrafenis.   

Nadat de priester vertrokken was, heeft Marc plotseling zijn ogen geopend en hij vroeg wat er gebeurd was. Die nacht probeerde hij drie keer uit bed te komen en enkele dagen later hebben de artsen van het ziekenhuis met verbazing kunnen vaststellen dat hij genezen was: er waren geen sporen meer van de ziekte in zijn lichaam. “Zijn genezing is volkomen” – verklaarde dr. Rabah Redjoul, hematoloog van het ziekenhuis, hoewel deze een eventuele terugval ook niet helemaal kon uitsluiten.

“Ik bevestig hierbij dat wij Marc hebben onderzocht en dat zijn genezing, die met ingang van 20 september ingetreden is, medisch onverklaarbaar is” – staat in de medische verklaring van 7 december 2013, opgemaakt door Jean-Michel Dormont, de behandelend arts van Marc.

Is er sprake van een wonder? Het echtpaar en de priester die sinds de genezing goede vrienden zijn geworden, hebben de genezing maandenlang geheim gehouden. “Wij moesten wachten.  - zei vader Jean - Voor de erkenning van een wonder moet de genezing volkomen zijn, maar het moest ook nog blijvend zijn. Daarop moesten we nog wachten.“

En de genezing doorstond de tand des tijds. “Ik realiseerde pas wat er gebeurd was, wanneer uit de bloedonderzoeken bleek dat ik genezen was.” – zegt Marc. “Ik ben er zeker van dat de Heer mij heeft genezen. En sindsdien vraag ik me steeds af: waarom mij?”

De bisschop van Créteil, mgr. Michel Santier werd ook op de hoogte gebracht van de wonderbaarlijke genezing en hij heeft zijn steun aan het echtpaar toegezegd. Vorig jaar, toen ook hij in Polen was, vroeg hij om de voorspraak van Jerzy Popiełuszko voor zijn diocees. Tomasz Kaczmarek, de postulator van de heiligverklaring van vader  Popiełuszko was erg geinteresseerd in de zaak en hij heeft eind november ook vader Jean, de getuigen en de bisschop  ontmoet.

Mgr. Santier heeft een onderzoekscommissie ingesteld. Zij hebben twee onafhankelijke artsen opdracht gegeven om het wonder te onderzoeken. De commissie zal zich - nadat hij de onderzoeksresultaten heeft ontvangen - in maart 2014 over de zaak buigen. Als het wonder erkend wordt, zal de dossier naar het diocees Warschau worden gestuurd en daar vandaan vervolgt het zijn weg naar Rome.

 

 

 

 

 

vrijdag 6 december 2013

Károlyné Hetényi Varga: Ödön Lénárd - 2





Op 6 februari wordt hij opnieuw – samen met anderen - gearresteerd, deze keer op verdenking van staatsvijandelijke activiteiten. De rechtbank stelt zich er niet tevreden ermee dat de aangeklaagden ter verantwoording werden geroepen en gestraft zouden worden, deze moeten ook zelf schuld bekennen, diepe berouw tonen, hun overtuigingen verloochenen en smeken om een genadige vonnis. Deze tactiek van de rechtbank is bij de meerderheid van de aangeklaagden is gelukt. Ödön Lénárd was de enige, die geen “spijt” wilde betuigen. Hij heeft er erg onder geleden dat de andere priesters hun rug niet gestrekt konden houden. De polititeke politie, die tijdens de rechtzaak vanaf de achtergrond aan de touwtjes trok, heeft het op satanische wijze ook voor elkaar gekregen dat enkele aangeklaagden in sommige gevallen tegen de “stijfkoppige” Lénárd hebben getuigd of zijn woorden in twijfel hebben getrokken.

Op 19 juni 1961 heeft de rechtbank vader Ödön Lénárd tot 7 jaar en 6 maanden gevangenisstraf als hoofdstraf en tot confiscatie van al zijn bezittingen en tot de ontzegging van zijn politieke rechten veroordeeld, wegens “leiding geven aan een criminele organisatie met het doel om de democratische staatsorde omver te werpen”. De Hongaarse bisschoppenconferentie werd gedwongen om in een verklaring afstand te nemen van de “gedragingen” van de groep priesters. Zijn 2e periode van het gevangenschap brengt hij in de gevangenissen van Márianosztra en Sátoraljaújhely door.

Op 27 maart 1963 komt hij vrij, door de amnestie, die door de tussenkomst van VN-voorzitter U-Thant werd verleend.

Hij pakt weer zijn werk als watermetercontroleur op. Hier kan de geheime politie hem niet voldoende controleren, dus krijgt hij een baan als administratief medewerker bij de kantine van de Economische faculteit van de Universiteit van Boedapest. Ondertussen was de politie in hoog tempo bezig om materiaal te verzamelen voor een nieuwe arrestatie. Citaat uit notulen van de politie: “Volgens onze gegevens komen Lénárd, Ágnes Tímár en enkele andere vrouwelijke religieuzen regelmatig bij elkaar. Hun conspiratief samenzijn bewijst dat zij zich met vijandelijke activiteiten bezig houden.  Lénárd onderhoudt tevens contact met leiders van andere groeperingen die illegaal opereren” Op 19 april 1966 houdt de politieke politie een huiszoeking bij Ödön Lénárd. Er worden de volgende  “belangrijke documenten” in beslag genomen: “Het mooiste verhaal” “De vier uitersten”, “Catechesmus”. Dit bewijst onomstotelijk de haat tegenover kerk en geloof, aangezien deze boeken niets met politiek te maken hebben.

Op 2 november werd Ödön Lénárd wegens voorbereiding van een conspiratie, en wegens spionage tot 8 jaar gevangenisstraf , tot 8 jaar ontzegging van zijn politieke rechten en tot volledige confiscatie van zijn goederen veroordeeld. De eerdere twee vonnissen worden samengevoegd met dit nieuwe vonnis, Hij heeft dus in totaal 19 jaar gevangenisstraf in petto. Zoals de meeste priesters, wordt hij tewerk gesteld in de schoenmakerswerkplaats van de gevangenis. Zijn medegevangenen komen een voor een vrij. Voor hem is echter geen genade. Een prelaat weigert om een verzoekschrift van zijn familie om vrijlating te ondertekenen. Als paus Paulus VI  János Kádár, partijsecretaris van de communistische partij, op audiëntie ontvangt, schept deze op dat er in Hongarije geen enkele geestelijke meer vast zit. Waarop de paus hem confronteert met de zaak van vader Ödön Lénárd. Onmiddellijk na de terugkeer van Kádár wordt hij in vrijheid gesteld, maar men zet hem onder druk om het land onmiddellijk te verlaten. Maar Ödön Lénárd weigert. Hij onderging het gevangenschap voor de Hongaarse katholieke kerk, en hij wilde deze kerk verder blijven dienen. Hij wilde trouw blijven aan zijn lotgenoten en aan de religieuze orde van welke hij tot zijn overlijden, op 23 mei 2003 geestelijke leidsman was.  In 1991 werden alle vonnissen tegen hem nietig verklaard door het Hooggerechtshof van Hongarije.

Ödön Lénárd:  “Men zegt dat de loop der geschiedenis aan het versnellen is: Inderdaad, wat de eerste keer 300 jaar lang duurde, duurde nu nog maar 50 jaar. Maar de christenen van nu gedroegen zich precies als de christenen van toen. We wilden  de zaken, de mensen en de gebeurtenissen allen slechts in de juiste perspectief plaatsen. Geen wraak, geen genoegdoening, geen revanche, geen oordeel. God zal oordelen en we geloven dat dat oordeel genadevol zal zijn. Omdat zowel de vervolgden als de vervolgers, elk op hun manier, genade nodig hebben.”

Vertaald uit: Katolikus Kalendárium 2013, Szent Maximilián Lap- és Könyvkiadó, Miskolc, blz. 103-109.

Bron foto: http://uj.katolikus.hu/cikk.php?h=656 

 

maandag 28 oktober 2013

Károlyné Hetényi Varga: Ödön Lénárd (1911-2003)


 


 

Hij was drie keer gearresteerd “in naam van het volk”, 3 maal moest hij alle vernederingen van de verhoren doorstaan en bijna 2 decennia van zijn leven bracht hij in gevangenissen door, de langste periode van alle Hongaarse gevangen genomen geestelijken. Hij was een van de politieke gevangenen, die  tijdens het communistisch dictatuur de langste tijd (6749 dagen – 18 en half jaar) in gevangenissen doorbracht.   Onder de gevangen genomen geestelijken heeft hij de meeste tijd in de gevangenis doorgebracht.
 
Ödön Lénárd was geboren op 11 september als oudste in een gezin van drie kinderen. Zijn vader was boekhouder, zijn moeder onderwijzeres. Vader is op de eerste dag van WO I gesneuveld. Hun moeder moest de kinderen in haar eentje  grootbrengen. Op zijn 15e trad hij toe tot de Orde der Piaristen, op 13 september 1932 legt hij zijn eenvoudige, op 8 september 1933 zijn plechtige geloften af. Vervolgens studeert hij theologie aan de universiteit van Boedapest en hier behaalt hij ook de diploma docent Latijn en geschiedenis. Hoewel hij een veelbelovend carrière als historicus tegemoet kon zien, heeft zijn orde hem in de stad Szeged (Zuid-Hongarije) nodig, waar hij in het Piaristengymnasium voor de klas staat.  Op 14 juni 1936 werd hij tot priester gewijd door Mgr. József Grősz. Op verzoek van (de latere) kardinaal Mindszenty wordt hij in 1946 benoemd als culturele secretaris van de Actio Catholica in Boedapest, die onder meer belast was met het coördineren van het werk van de Pieuze Bond van Katholieke Ouders en - hiermee nauw samenhangend - met de strijd voor het behoud van het door de atheïstische machthebbers bedreigde katholiek onderwijs in Hongarije. De massale steunbetuigingen van bezorgde ouders werden naar zijn adres gestuurd. Op 17 juni 1948 werd hij gearresteerd en naar het gebouw van de Politie voor de Staatsveiligheid gebracht. Tijdens het verhoor werd hij keurig en beleefd behandeld. In het gebouw van de politie werd hij naar een kantoor gebracht, waar de met bajonetten uitgeruste wachten elkaar om de vier uur aflosten. Hij mocht zijn brevier en horloge behouden en het werd hem zelfs toegestaan om boeken te laten brengen. Zij hebben een divan in het kantoor geplaatst zodat hij niet op het bureau hoefde te slapen en ze wilden voor hem zelfs eten uit een restaurant halen, wat hij weigerde. Op zijn vraag waarom hij zo goed behandeld was, luidde het antwoord dat aangezien hij als eerste gearresteerde persoon uit een overkoepelende kerkelijke instelling was, men wou demonstreren dat er tegen de Kerk ferm maar tegelijkertijd beleefd werd opgetreden. Op deze manier werd kardinaal Mindszenty onder druk gezet om een compromis met de communisten te sluiten.
Tegen de tijd van de rechtszaak (19-21 juli) werden de katholieke scholen – ondanks hevige protesten van de ouders - allemaal toegeëigend door de staat.
Uit de aanklacht door de Voorzitter van de “Buitengewone Raad van het Volksgerecht” te Boedapest:
 
Hierbij klaag ik de vanaf 28 juni 1948 in voorarrest zijnde aangeklaagde Ödön Lénárd  wegens de volgende feiten aan:
In het voorjaar van 1948, toen de nationalisering van de kerkelijke onderwijsinstellingen aan de orde kwam, heeft aangeklaagde nr.I, dr. Zsigmond Mihalovics, landelijke directeur van de  Actio Catholica, onder wie alle afdelingen van A.C., derhalve ook de onder de leiding van aangeklaagde nr. II staande Culturele Afdeling vielen, aangeklaagde nr. II Ödön Lénárd verzocht, om een landelijke protestactie op te zetten. Aangeklaagde nr. II – met goedkeuring en toestemming van Aangeklaagde nr.I - heeft deze protestactie aangewend om haat en oproer te zaaien tegen de democratische staatsorde.
 
Het “Volksgerecht” van Boedapest  – onder voorzitterschap van rechter Vilmos Olty, heeft Ödön Lénárd, de landelijke culturele secretaris van de Actio Catholica, op 23 juni 1948  wegens opruiing  tot 6 jaar cel, tot 10 jaar ontzegging van de uitoefening van zijn ambt, tot confiscatie van al zijn goederen en tot 10 jaar verbanning uit de hoofdstad veroordeeld.
Hij werd in het passantenhuis te Boedapest en in de beruchte gevangenis te Vác gevangen gehouden. Zijn familie en vrienden wisten niet eens of hij nog in leven was.
Uit de memoires van Ödön Lénárd: Wij mochten geen contact meer hebben met de buitenwereld. Brieven schrijven, bezoek ontvangen of pakketten ontvangen werden stopgezet. De bewakers, die niet betrouwbaar genoeg werden beschouwd werden vervangen door speciaal geselecteerde leden van de geheime politie. Ik werd geïsoleerd. Meestal werden 3 of 4 mensen samen in een cel  geplaatst, ik werd bijna 14 maanden lang helemaal alleen in een lege cel gehouden, met alleen een oude strozak en twee emmers. En op de bovenste verdieping, ver verwijderd van alles…
Op 1 augustus 1953 kwam hij vrij, 10 maanden voor het einde van zijn straf, ten gevolge van de door minister-president Imre Nagy verleende amnestie.
Na zijn vrijlating werkt hij als koerier bij een schoenreparatie-bedrijf. Vervolgens werkt hij als controleur  van watermeters.
Elke ochtend leest hij de Mis, na zijn werktijd hoort hij de biecht, en hij leidt retraites. Maar de gevangenis kon hem niet breken, men kon hem het zwijgen niet opleggen. (wordt vervolgd)
 
 Vertaald uit: Katolikus Kalendárium 2013, Szent Maximilián Lap- és Könyvkiadó, Miskolc, blz. 103-109.

Bron foto: Piarista.hu
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 
 

zaterdag 31 augustus 2013

„Ontwikkeld, derhalve gevaarlijk”




János Melocco is op 26 december 1909 in Fiume (het huidige Rijeka) geboren. Hij heeft zijn doctoraat aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Péter Pázmány Katholieke Universiteit behaald in 1932. Daarna werd hij binnen korte tijd een bekende en erkende „mediapersoonlijkheid” van zijn tijd; hij werkte bij het Hongaarse nieuwsagentschap MTI, bij de Hongaarse radio en bij een Duitstalig tijdschrift. Zijn laatste werkgever was de na het oorlog opgerichte katholieke weekblad Új Ember. In zijn geschriften heeft hij consequent de onder leiding van Mátyás Rákosi staande communisten getrotseerd, die naar de totale macht streefden in Hongarije. (En die in 1948-49 ook daadwerkelijk de macht hebben gegrepen). János Melocco werd op 10 september 1950 door de geheime politie op de trein van Záhony naar Boedapest gearresteerd en werd tijdens een schijnproces met de valse beschuldiging van spionage door de militaire rechtbank van Boedapest ter dood veroordeeld. Op 22 februari 1951 werd hij geëxecuteerd in de gevangenis aan de Mártírok straat in Boedapest. Zijn gezin (hij was vader van 4 kinderen) kreeg pas 1 maand later, precies op Goede Vrijdag het bericht over het uitvoeren van het vonnis.    

In het licht van de huidige anti-christelijke ontwikkelingen in Europa is zijn open brief aan de hoofdsecretaris van de Hongaarse filmvakbond (gepubliceerd in het Uj Ember op 21 maart 1948) tekenend als niet profetisch: 

Aanleiding van de open brief was het feit, dat de secretaris van de vakbond voor filmmakers zijn zorg heeft uitgesproken over de te grote rol dat het kruisbeeld in maar liefst twee nieuwe Hongaarse films zou spelen. De secretaris spreekt zijn zorg uit, dat „hiermee weer een tijdperk begint, dat met het triomf van de hakenkruis zal eindigen”. János Melocco bewijst in zijn open brief dat „ het tijdperk waarin het hakenkruis kon triomferen juist doeltreffend werd voorbereid door het laten verdwijnen van het kruisbeeld uit het openbare leven, waardoor in de ziel van de mensen slechts een grote leegte overbleef. Deze grote leegte werd ingevuld door een ander, kwaadardig symbool.” Hij waarschuwt: „De vrede in dit land wordt niet bedreigd door diegene, die het kruis in films, standbeelden, posters of romans uitbeelden of in  wetteksten opnemen, maar de vrede wordt bedreigd door diegenen, die het juist willen verwijderen. Het kruis is sinds duizend jaar een integraal deel van het leven van de mensen in Hongarije. Dit kan men niet zomaar uitwissen, niet uit films en ook niet uit andere aspecten van ons leven.„

Op de gedachtenisplaat, die ter gelegenheid van zijn honderdste verjaardag ingehuldigd werd, staan de woorden van „de motivering” van zijn doodvonnis ingebeiteld: Ontwikkeld, derhalve gevaarlijk.  De voorzitter van de Hongaarse Katholieke Journalistenbond heeft hierover het volgende gezegd in zijn toespraak in 2009 bij de inhuldiging: Ja, ook tegenwoordig is het gevaarlijk als iemand ontwikkeld, geleerd, en gelovig is en zich aan een zaak gebonden weet.  Ja, hij is gevaarlijk, omdat uit al deze dingen vrijheid voortvloeit. En juist om deze reden hebben wij ook tegenwoordig zulke „gevaarlijke” mensen, meer dan ooit, nodig.”

 

Bron foto: Magyar Kurír

http://ujember.katolikus.hu/Archivum/010311/0602.html