zaterdag 20 april 2013

Martelares herdacht in Transsylvanië


 
Met meerdere helige Missen werd martelares Zuster Gabriella herdacht in verschillende plaatsen in Transsylvanië.

Zuster Gabriella is 60 jaar geleden de martelaarsdood gestorven in de stad Oradea (Roemenië). Zij heeft haar leven gegeven voor de katholieke opvoeding van de jeugd. Erzsébet Hajdú (zoals zij bij de geboorte heette) is in 1915 in Csíkmadaras (een Hongaars dorpje in Transsylvanië, in het huidige Roemenië) geboren. Zij heeft haar studies in Tirgu Mures en Oradea doorlopen. Na haar eindexamen is zij ingetreden in de Orde van de Ursulinnen in Oradea. Haar religieuze vorming ontving zij in Eger (Hongarije) en in Frankrijk. Als ordenaam koos zij de naam Gabriella. Haar universitaire opleiding volgde zij in Cluj (Roemenië) en in Boedapest en werd docent aardrijkskunde en geschiedenis. Tot het ontbonden van de kloosteroordes door de communisten heeft zij les gegeven in Oradea. Daarna is zij teruggekeerd naar haar ouderlijk huis in Tirgu Mures. Hier hield ze zich in het geheim bezig met onderwijs, kindekathechese en armenzorg, en was kosteres van de Minorietenkerk tot haar arrestatie. De Securitate arresteerde haar in 1960, terwijl zij in gebed was in de kerk.

De officiële aanklacht tegen haar luidde: het verspreiden van verboden spirituele lectuur. Zij leefde vanuit een levend geloof, en heeft het geloof nooit verraden. Zij heeft de martelaarsdood gestorven in de gevangenis van Oradea, op 20 april 1963.


De celebrant, vader Cs. Böjte o.f.m., vroeg om voorspraak van de zuster met de volgende woorden: „Zuster Gabriella, gij, die uw leven hebt gegeven voor de opvoeding van kinderen en jongeren, bid voor ons!”

Bron: Magyar Kurir

 

zondag 3 maart 2013

Zwerver voor God, vader Stefaan Regőczi is thuisgekomen


 
 
Op de avond van 28 februari, om 21:30 h is vader Stefaan Regőczi, pastoor van de eerherstel kapel van de heilige Maagd Maria te Boedapest in zijn 98e levensjaar, na een geduldig gedragen lijden,  overleden.


Stefaan Regőczi werd geboren op 5 oktober 1915 in een eenvoudige molenaars  familie. Hij heeft zijn priesterstudies in het grootseminarie Brugge gevolgd. Op 28 maart 1943 werd hij tot priester gewijd. In 1945 keerde hij terug naar Hongarije.

Eerst was hij kapelaan en godsdienstleraar in Máriaremete, later kreeg hij een benoeming in Vác en stichtte daar het weeshuis van de Arendsjongskens voor meer dan 300 oorlogswezen. Zoals alle andere kerkelijke verenigingen en instellingen werd het weeshuis in 1949 door het communistische regime genationaliseerd.  Omdat hij tegen de confisquering verzette - hij wist dat de nationalisering het einde van de godsdienstige opvoeding voor zijn weeskinderen betekende -, werd hij naar kamp Kistarcsa geïnterneerd. Na zijn vrijlating in 1953 werd hij pastoor in Máriabesnyő waar hij naast zijn pastorale werk opnieuw een kindertehuis oprichtte voor zijn weeskinderen uit Vác en ook voor andere weeskinderen. Hij werd in 1957 opnieuw gearresteerd. Na het verschijnen van zijn boeken in Vlaanderen  (Mijn Arendsjongskens, Arendsjongskens in de storm, We kunnen niet zwijgen)  werd hij in 1969 voor “illegale persactiviteiten” weer gearresteerd en hij werd veroordeeld tot 23 maanden tuchthuisstraf. Hij heeft in totaal zes jaar in communistische gevangenissen doorgebracht.

Na zijn vrijlating werd hij hulp-kapelaan in Pestszentlőrinc en begon in de 12 arrondissement een vervallen Mariakapel,  - waarvan de sloop werd overwogen -  te renoveren. Naast het kapel bouwde hij pelgrimshuis “De berg Tabor”. De kapel en het pelgrimshuis werden het centrum van eerherstel in Hongarije.  Na een tijdje werd het kapel te klein en in 1991 kreeg hij eindelijk een vergunning om een grotere stenen kapel te bouwen. Het werd ingewijd door hulpbisschop Katona van het bisdom Vác. De Mariakapel is vandaag een plaats van aanbidding, eerherstel, dankzegging en gebed.

Stefaan Regőczi was sinds 1992, vanaf het moment dat hij ereburger van de stad Vác werd, 10 jaar lang ook pastoor in Vác, niet ver van de gevangenis, waar hij decennialang als aalmoezenier diende.
Voor zijn levenswerk werd hij met de Hongaarse Patrimonium Prijs en de Parma Fidei (Het schild van het geloof) Prijs onderscheiden.

 Zijn biografie verscheen onder de titel “Een zwerver voor God” bij uitgeverij Tabor in 1990.
 
Tientallen jaren lang verzamelde hij weeskinderen rond zich heen en heeft samen met hen weeshuizen, kerken en kapellen gebouwd. Deze activiteiten kregen aanzienlijke financiële steun uit België. De Hongaarse communistische autoriteiten hebben  echter de kerkelijke autoriteiten onder druk gezet en zodoende moest hij bijna elk jaar ergens anders opnieuw beginnen met zijn pastorale werk. Na 1968 kreeg hij helemaal geen officiële pastorale aanstelling meer.

 
 
Hij financierde de studies van 10 seminaristen, bouwde zeven kerken, en voedde driehonderd weeskinderen op, zijn boeken ( elf boeken geschreven in het Hongaars en vijf in het Vlaams) werden een succes. Met zijn onwankelbaar geloof en doorzettingsvermogen droeg hij nog op de leeftijd van 94 jaar in zijn kapel dagelijks de heilige Mis op.

Vader Stefaan Regőczi overleed tijdens de gebedswake voor een nieuwe pauskeuze in zijn kapel.
De H.Mis ten uitvaart van vader Stefaan Regőczi wordt op zaterdag 9 maart in de Sint Stefanusbaziliek in Boedapest gehouden, waarna hij ten ruste wordt gelegd bij zijn geliefde kapel in Boeda.
 
 

vrijdag 15 februari 2013

Dr. Lajos Kerényi Sch.P: Berouw is ook een wonder van God!


Jezus kwam  niet naar de wereld om de mensen verloren te laten gaan maar om zelfs de grootste zondaars te redden. Sindsdien blijft Hij ons onophoudelijk lief te hebben en Hij laat zijn verlossingswerk in de geschiedenis voortduren. Op Stille Zaterdag  en sindsdien onophoudelijk  “daalt Hij ter helle neder” in ieder van ons leven. Hij zei voor zijn gevangenneming een keer het volgende: Ikzelf moet van de aarde omhoog geheven worden en zo haal Ik allen naar Mij toe.’ (Joh 12,32)
Ik heb veel ontroerende dingen in mijn leven meegemaakt. Een van deze verhalen wil ik nu met u delen:
In 1948 heeft de Katholieke Kerk in Hongarije tegen de door communisten voorgenomen nationalisering van de katholieke scholen geprotesteerd. Onder de leiderschap van kardinaal Mindszenty probeerde het hele bevolking de katholieke scholen te redden. Kardinaal-primaat Mindszenty heeft de secretaris van de Actio Catholica, vader piarist Ödön Lénárd met de organisatie van een protestactie belast in het kader van welke op elk postadres in Boedapest een protestbrief werd bezorgd. Ik heb samen met drie mede-seminaristen vader Lénárd bij deze protestactie geholpen. De ÁVO (de communistische geheime politie) heeft het te weten gekomen, en wij vieren werden na langdurige verhoren – als plegers van zware misdaden – voor de rechtbank in de Markó straat in Boedapest gedaagd. We moesten één voor één de rechtszaal binnen. Toen het mijn beurt was, trof ik daar Vilmos Olty, de arrogante bloedrechter aan. Hij heeft reeds vele onschuldige mensen ter dood veroordeeld, later heeft hij ook kardinaal Mindszenty ook veroordeeld. Hij heeft zijn vragen met een luide en akelige stem gesteld, en vervolgens werden we alle vier schuldig bevonden.
Het hiernavolgende maakte ik 50 jaar na deze gebeurtenissen mee: Tijdens mijn ziekenhuisbezoeken trof ik in een van de zalen een erg oude man, slapend in zijn ziekenhuisbed aan.  Omdat hij erg ziek leek, ging ik bij hem zitten, pakte ik zijn hand en ik stelde me voorzichtig voor: ik ben vader Lajos. Hierop werd hij erg onrustig, ging rechtop zitten, en kwam zelfs uit zijn bed met mijn hulp, en stamelde erg geagiteerd, dat hij iets verkeerds heeft gedaan, veel mensen kwaad berokkent, onschuldige mensen veroordeeld heeft etc. Waarop ik evenals geagiteerd zei dat men me ook onrechtwaardig behandeld, vele malen vernederd en ook veroordeeld heeft. Waarop hij plotseling de volgende vraag stelde: “Zeg eens, hoe denkt u over Vilmos Olty?” Ik antwoordde boos: “Hij was een echte bloedrechter, hij heeft velen ter dood veroordeeld, hij heeft mijn dierbare kardinaal Mindszenty, talloze van mijn landgenoten en mij ook veroordeeld!
Waarop hij zowat in elkaar zakte en uitriep: “Zeg alstublieft niet dat hij een bloedrechter was, omdat ik het ben! Ik ben Vilmos Olty! Vergeef mij alstublieft!"
Ik stond daar als aan de grond genageld. Mijn hart klopte snel. Hij viel me om de hals en huilde hartverscheurend. Ik heb hem toen de absolutie gegeven en ook de heilige Oliesel. Toen ik afschied van hem nam, vroeg hij nog met tranen in de ogen: “Zal ik nu eindelijk rust kunen vinden?” Ik streelde zijn hoofd en zei  bevend de volgende woorden: “Ja, alles is nu goed, de barmhartige Jezus heeft uw zonden vergeven.”
Tot op heden ben ik ontroerd als ik dit groot geheim overdenk.  Zie, hier heeft de “Leeuw van Juda” ook gezegevierd.  Hij heeft toch voor de zondaars gestorven. Ik ben er ook zeker van dat de door bloedrechter Vilmos Olty veroordeelde grote Kardinaal uit de hemel met zijn vergevende liefde deze bijzondere bekering heeft bewerkstelligt.
Wat gebeurt hier? Het lijden, het geweten en de vernederingen veredelen de ziel en maken het ontvankelijk om de eeuwige verlossende krachten om te kunnen armen en te kunnen ontvangen. Deze omvorming is het meesterwerk van God.

zondag 13 januari 2013

Beperking van de vrijheid van meningsuiting op scholen in Frankrijk


De Franse regering beval de katholieke scholen neutraal te blijven in de kwestie van het  “huwelijk” tussen mensen van hetzelfde geslacht.
Vincent Peillon, minister van Onderwijs waarschuwde de 8300 Franse katholieke scholen in een brief, niet deel te nemen aan de protest van katholieken, die op dit moment wordt gehouden in Parijs en waarmee tegen de invoering van het homohuwelijk en tegen de rechten van adoptie door homoparen geprotesteerd wordt, omdat - zegt hij -  de deelname van de scholen als homofobie tegenover homoseksuele leerlingen kan worden bestempeld  - citeert Life Site News de berichtgeving in Le Monde en het Franse Persbureau.

"Het is uw verantwoordelijkheid dat er op Franse scholen geen anti-homo geluiden worden geventileerd" - schreef Peillon in een brief aan de schooldirecteuren.  
Het onderwijssysteem, dat onder contract staat van de overheid, dient het principe van neutraliteit te respecteren en de gewetensvrijheid van allen
- zei president François Hollande. Het grootste deel van de Franse scholen zijn particuliere instellingen, maar de leerkrachten ontvangen hun salaris van de overheid.

De ministeriële brief is een reactie op de brief in december, waarin Eric de Labarre (referent voor onderwijs van de bisschoppen) schooldirecteuren aanmoedigde om scholieren op hun scholen vrijelijk hun mening te laten geven over de plannen van de socialistische regering betreffende het legaliseren van het homohuwelijk en het recht van adoptie.  


Kardinaal Vingt-Trois,  voorzitter van de Franse bisschoppenconferentie heeft nog niet besloten of hij de demonstranten zal toe te spreken, maar hij zal zeker niet aanwezig zijn op de mars. Hij vindt dat het vooral een zaak is die ouders, burgers en familieverenigingen aangaat, en niet de kerken dus. Volgens het standpunt van de Franse bisschoppen verliest de  protestmars zijn kracht, als het een confessionele karakter krijgt.

Men verwacht driehonderdduizend demonstranten vandaag in Parijs en daarmee wordt het de grootste demonstratie in tien jaar tijd.
 

dinsdag 25 december 2012

 
                                                       Christus natus est, alleluja!

maandag 12 november 2012

Dr. János Szőke: Mária-Margit Mester UST (1906-1961)

Zij was geboren op 10 december 1906 in de Hongaarse stad Tamási, in de provincie Tolna. De authentieke beleving van het geloof thuis en de katholieke omgeving hebben een diepe indruk gemaakt op haar en hebben haar karakter positief beïnvloed. Tijdens het gebed in 1934 kreeg zij de aansporing tot het stichten van een nieuwe orde, dat zij met goedkeuring van haar geestelijke leidsman, de jezuïetenpater P.E. Csávossy op heeft gericht: het Unum Sanctissimae Trinitatis, UST. De orde heeft zich o.m. met kinderopvang voor kinderen in achterstandswijken beziggehouden. In 1950 werden alle kloosteroorden verboden in Hongarije (alleen enkele orden kregen toestemming om in totaal 6 gymnasia in het hele land open te houden), zo ook de door haar opgerichte orde. Zij bewoonde een klein kamertje bij kennissen in Boedapest. Ondanks waarschuwingen dat zij zou worden gearresteerd, is zij toch niet naar het buitenland gevlucht. Op 7 mei 1950 werd zij gearresteerd, de officiële aanklacht was niet het stichten van een religieuze orde, maar spionage, omdat zij de correspondentie, die enkele leden van de jezuitenorde met Rome hebben gevoerd, heeft uitgetypt. De communsiten hebben dit als spionage-activiteit opgevat. Na 90 keer verhoord te zijn geweest, werd zij tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Op 7 mei 1956 werd zij vrijgelaten. Waarna zij verklaarde: “Ik kwam alleen maar terug uit het dodenrijk om alle mensen lief te hebben.” In 1961 is zij na meerdere achtereenvolgende operaties aan haar ziekte die aan de harde gevangenisregime te wijten was, overleden. Uit: Don Bosco Almanach, 2005

dinsdag 11 september 2012

De bisschop met het gouden hart: Mgr. Pavol Peter Gojdiç

Mgr. Pavol Peter Gojdiç was op 17 juni 1888 geboren in het plaatsje Pillerpeklény (het huidige Ruské Pekl’any in Slowakije). Zijn gymnasiumopleiding volgde hij in de stad Eperjes (de huidige Prešov). Op zijn 19e besloot hij om – net als zijn vader – Grieks-katholieke priester te worden. Zijn wijding was op 27 augustus 1911. Als jonge kapelaan gaf hij eerst godsdienstles. Op 20 juli 1922 is hij toegetreden tot de orde der Basilianen, zijn ordenaam was vader Pavol. Maar de rust en het teruggetrokken leven eindigden spoedig: hij werd al in 1926 benoemd tot apostolisch administrator van het diocees van Eperjes (Prešov). Een jaar later, op 25 maart 1927, werd hij tot titulair bisschop gewijd in Rome. Zijn mooie bisschoppelijke spreuk luidde als volgt: “God is liefde, laten we Hem liefhebben.” Als bisschop legde hij grote nadruk op de verdieping van de spiritualiteit van de gelovigen van zijn diocees. Zo heeft hij een aantal nieuwe parochies en een weeshuis gesticht. Hij zette zich in voor het katholiek onderwijs en stichtte in 1936 een Grieks-katholieke gymnasium in Eperjes . Zijn gelovigen noemden hem “de bisschop met het gouden hart”. Duidelijk nam hij zijn bisschoppelijke taken serieus. Op 13 april 1939 werd hij ook tot apostolisch administrator van Moekatsjeve (in het Hongaars: Munkács) benoemd. Ondertussen trokken donkere wolken over het land, de politieke situatie was erg onoverzichtelijk. De autoriteiten probeerden het werk van de bisschop met alle middelen te bemoeilijken. Hierop diende Mgr. Gojdiç zijn ontslag in bij de paus. Paus Pius XII heeft zijn ontslag echter niet aanvaard, integendeel: hij benoemde hem tot diocesaan bisschop van Eperjes. In 1948 hebben de communisten de macht gegrepen en probeerden de Grieks-katholieke Kerk te vernietigen door het gedwongen te laten fuseren met de Orthodoxe kerk. Mgr. Gojdiç heeft deze gedwongen fusie altijd categorisch geweigerd. In 1950 hebben de leiders van het toenmalige Tsjecho-Slowakije de Grieks-katholieke Kerk onwettig verklaard en verboden. Mgr. Gojdiç werd gearresteerd en veroordeeld voor “illegale en staatsvijandelijke activiteiten”. Aanvankelijk kreeg hij een levenslange gevangenisstraf, die later omgezet werd naar 25 jaar. De autoriteiten waren er zeker van dat hij toch niet meer zo lang zou leven. Tijdens zijn gevangenisstraf bood men hem herhaaldelijk vrijheid aan, in ruil voor ontrouw aan Rome. Maar opgewekt antwoordde hij altijd: “Ik weet niet zeker of het loont om de martelaarskroon in te ruilen voor 2 of 3 jaar vrijheid… Geschiede de wil van God.” Mgr. Pavol Peter Gojdiç is in gevangenschap overleden op 17 juli 1960, op zijn 72e verjaardag. Zijn stoffelijk overschot mocht pas na de val van het communisme in de kathedrale kerk van Sint Johannes de Doper in Eperjes worden bijgezet. In 1990 werd hij volledig gerehabiliteerd door de regering. Paus Johannes Paulus II heeft hem in 2001 zalig verklaard. Geschreven door: Éva Koncz in nr. 29/XX (15 juli 2012), Keresztény Élet, een katholieke weekblad in Hongarije